Waar wil je liggen? – Vonne van der Meer
Spitsuur, tropenjaren, woestijntijd – Vera Schutter zit ermiddenin. Niet als moeder van kleine kinderen maar van een volwassen zoon die noodgedwongen bij haar intrekt terwijl haar zusje stervende is. Er is veel te verhapstukken: haar zusje van wie ze geen afscheid heeft kunnen nemen, het opgerakelde oorlogsverleden van hun beider moeder. De ontreddering van de zoon, de plotseling krakkemikkige echtgenoot. De poging orde te scheppen in de spectaculair chaotische flat van haar schoonmoeder.
Steeds vaker fantaseerde Vera over ontsnappen. Ontsnappen, zou Brigitte gevraagd hebben, blij dat zij ook eens iets smeuïgs op te biechten had, bedoel je ontsnappen met een ander? Ik zou niet weten met wie, zusje.
Maar op zekere dag gaat ze wel degelijk op reis.
Lord M. – Arthur Japin
Het Engeland ten tijde van de jonge koningin Victoria. Twee vrouwen en een staatsman – het ware verhaal van ontluikende liefde, spectaculair overspel en onvoorwaardelijke trouw.
Wanneer Victoria als achttienjarige koningin van Engeland wordt, vindt zij in haar eerste minister, Lord Melbourne, de vader die zij nooit heeft gehad. Lord M., zoals zij hem noemt, staat haar in alles bij, van staatszaken tot het vinden van de juiste echtgenoot. Gaandeweg wordt zij nieuwsgierig naar Melbournes eigen grote liefde, de beruchte Lady Caroline, zijn vrouw, over wie hij sinds zij is gestorven zwijgt. Stukje bij beetje wordt duidelijk hoe Caroline – door haar temperament, hoge afkomst en androgynie een buitenstaander – hem voor zich won, huwde en publiekelijk te schande maakte door haar onbeantwoorde maar openlijke en ontembare passie voor Lord Byron.
Voorbij de dagen – Jannie Regnerus
Tussen Lena en Lukas bloeit een gepassioneerde liefde op, maar daarvoor is geen plaats in hun gesettelde levens. Zij ontmoeten elkaar alleen in het donker, waar ze de illusie in stand kunnen houden dat hun geheime affaire niemand schaadt. In Lena, opgegroeid met het strenge woord van dominee Klomp, wrikt de verboden begeerte iets onherroepelijks los. Voor haar is er geen weg terug, langzaam verliezen de twee geliefden hun grip op elkaar.
Het is de rijkdom aan associaties en verbeeldingskracht die deze liefdesgeschiedenis een grote reikwijdte en diepte geven. In haar zintuiglijke stijl laat Jannie Regnerus zien hoe in tragiek ook een nieuw begin besloten ligt.
Johnnie Walker – Connie Palmen
‘De barman begroette me licht geamuseerd met de vraag wat hij kon betekenen voor de jongedame. Zoals ik me wekenlang had voorgesteld noemde ik zo onnadrukkelijk mogelijk de drank die ik alleen kende doordat ik hem proefde op de lippen van Henri Martin, mijn leraar en mentor, de man met wie ik vaak buiten schooltijd afsprak en af en toe naar bed ging. Ik hield van hem zoals ik in die tijd van de meeste mensen buiten mijn familie hield, niet al te diep, niet al te hevig, het afscheid al inbegrepen.
De barkeeper noemde de twee merken die hij in huis had.
“Johnnie Walker,” zei ik.
Op die dag en op dat uur sloot ik aan gene zijde van de Maas een verbond met mijn liefste vijand, de man die de daaropvolgende veertig jaar mijn onafscheidelijke metgezel en geliefde zou zijn. Johnnie Walker rook bedwelmend, was stoer, trouw en bovenal onsterfelijk en ik kon me in de tientallen jaren die volgden het leven zonder hem niet voorstellen, al wist ik vanaf de eerste slok aan de toog van café De Vriendschap dat hij er alles aan zou doen om mij te vernietigen.’
Ze noemden hem Bennie Diamond – Michaël Dichter
Een sprankelende roman over de geschiedenis van de diamantwijk van Antwerpen
Antwerpen, jaren ’70. Bennie Goodman, bijgenaamd Bennie Diamond, weet dat zijn vader Moshé hem liever in de synagoge ziet dan in de steegjes van de diamantwijk van Antwerpen. Maar Bennie vindt bidden saai en is bezeten van diamanten. Zijn grootvader Yéhuda vluchtte in 1939 uit Polen en maakte een fortuin als diamanthandelaar. En hoewel hij de banden met zijn zoon en kleinzoon heeft verbroken, is zijn invloed op het gezin nog altijd groot.
Bennie zal alles in het werk stellen om zijn eigen naam te vestigen. Zijn opmars is echter te onstuimig en hij trekt de aandacht van de machtige oude garde van de stad – wie denkt die jongen wel dat hij is, die komt stelen wat hun rechtmatig toekomt?