Connie Palmen 27 maart 2017

     

Connie Palmen over de zonde van de vrouw
“Als je in je leven geen liefde kunt krijgen, stel je je tevreden met aandacht”

Tekst: Ria Tuenter

VARSSEVELD – Het is weer Boekenweek! Deze duurt nog tot en met 2 april. Thema dit jaar is Verboden Vruchten. Traditiegetrouw organiseert Boekhandel Rutgers tijdens de Boekenweek een literaire avond. Afgelopen maandag was Connie Palmen, schrijfster van het boekenweekessay ‘De zonde van de vrouw’ te gast. Ze werd geïnterviewd door schrijver en recensent Alexander Reeuwijk.

Toen Palmen door Eppo van Nispen tot Sevenaer – directeur CPNB, ook aanwezig in Varsseveld – gevraagd werd het Boekenweekessay te schrijven, wist ze meteen waar dat over moest gaan. In ‘De zonde van de vrouw’ onderzoekt Palmen de levens van vier getormenteerde vrouwen: Marilyn Monroe, Marguerite Duras, Jane Bowles en Patricia Highsmith. Vrouwen wier biografieën ze al goed kende en die voldeden aan de tragiek waarnaar ze op zoek was. Als Reeuwijk vraagt wat de overeenkomst tussen deze vrouwen is, hoeft ze niet lang na te denken. “Het aller-voornaamste is het verlangen om te verdwijnen, het verlangen naar verlossing (Erlösungssehnsucht). Vier meisjes die in hun jeugd ernstig beschadigd zijn en er eigenlijk niet hoorden te zijn. Als je in je leven geen liefde kunt krijgen, stel je je tevreden met aandacht: ‘Ooit zullen ze me zien!’ Marilyn Monroe is hier een mooi voorbeeld van, ze ging aan als de camera’s op haar gericht waren. Norma Jean Baker, de echte vrouw die Monroe speelde, kreeg daardoor steeds minder bestaansrecht.”

Hoewel Palmen zelf uit een liefdevol nest komt, herkent ze zich deels in de vier vrouwen. Ook zij begreep als jong meisje niet waarom ze niet bij de groep hoorde. “Achteraf waren het allemaal stomkoppen. Geen wonder dat ik er niet bij paste. Het was voor mij heel bevrijdend om te ontdekken dat ik intelligent was. Hoe aardig ik ook was en hoe aardig ik de anderen ook vond, het lag niet aan mij dat ik er niet bij hoorde. Ik moest weg uit dat prachtige Limburgse land, weg bij mijn liefdevolle familie. Bijna een zelfverkozen ballingschap. Een schrijver moet zich losmaken en als een buitenstaander kunnen kijken. Bijna alle schrijvers zijn immigranten.”

Palmen is geïnteresseerd in wat roem met een leven doet. “Deze vrouwen gaven àlles. Een onbegrensd geven voor de anonieme massa. Dat schendt de wet van het zelfbehoud en is daarmee zondig. Roem heeft zeker ook met spilziek gedrag te maken. Als je wilt creëren, moet je niet bang zijn. Het moet je niets kunnen schelen wat de wereld van je vindt.” Alle vier vrouwen namen hun toevlucht tot de alcohol. Duras dronk op een gegeven moment vijf liter wijn per dag. “Daar kan ik nog wat van leren”, zegt Palmen met de nodige zelfspot. “Ik heb zo’n zwak voor alcoholisten. Ze vinden het leven heel mooi, maar te zwaar. De drang om veel te drinken of om te hard te rijden verbind ik met een enorme levensdrift. Ze schenden de wet van God en zeggen, ik doe met dit lichaam wat ik wil. Geen één liter, maar vijf! Desnoods zuip ik me in coma.”

“Willen kunstenaars altijd verdwijnen?”, vraag Reeuwijk. “Je laat jezelf vertegenwoordigen door iets wat je maakt”, antwoordt Palmen. “Je geeft jezelf eigenlijk weg. Ik transformeer in mijn boeken. Ik ben overigens geen schrijver om de roem te verwerven die ik verworven heb. Ik heb ook wel theatraal talent. In tegenstelling tot Maarten het Hart.” Palmen bekent dat ze het heel leuk vindt om ’t Hart een beetje te ‘kafferen’. “Die man kan totaal niet schrijven. Altijd zo lekker protestants bezig met de bieten in zijn tuintje, zodat hij drie keer per dag naar de wc kan. Seine sorgen möchte ich haben.”

Over roem zegt ze dat het iets passiefs is, tenzij je Gerard Joling heet. “Je moet als persoon omgaan met het imago dat je hebt verworven. Ik beheer dat imago. Op het moment dat ik bij De Wereld Draait Door zit, weet ik wat ik wel of niet doe. Roem verandert wel alles. Ik denk dat ik daarom met beroemde mannen ging. Zij begrepen dat. Ik kon in de luwte blijven. Dat was heel prettig.”